Specialist ouderengeneeskunde
Arts-assistent,  Buiten ziekenhuis,  Ervaring,  Loopbaan,  Master,  Olivia,  Studie(fase)

Extramurale specialismen 101 – Specialist ouderengeneeskunde

Leestijd: 8 minuten

Buiten het ziekenhuis zijn er veel baankansen voor artsen. Denk aan de jeugdgezondheidszorg, GGD of het verpleeghuis. Deze functies zijn vaak onbekend voor aanstaande artsen en onbekend maakt onbemind. Om meer aandacht te brengen aan deze gevarieerde en uitdagende werkomgevingen gaan wij extramurale specialisten interviewen!

Specialisaties buiten het ziekenhuis (extramuraal) zijn nog steeds behoorlijk onderbelicht. Op de Vrije Universiteit (VU) worden studenten bijvoorbeeld maar twee weken ingeroosterd om mee te lopen bij één van de vele specialisaties binnen de sociale geneeskunde. Door COVID-19 heeft dit coschap ook nog eens een hybride vorm aangenomen, waarbij de twee weken worden gevuld met zowel digitaal onderwijs als enkele dagen coschap lopen op locatie. Zelf heb ik daardoor slechts 3 dagen kennis kunnen maken met het UWV, de Nederlandse Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen. Ondanks dat het coschap uit drie dagen bestond, is mijn denkbeeld over het UWV in positieve zin veranderd en merk ik dat het echt uitmaakt of geneeskundestudenten in aanraking zijn geweest met een vak of niet.

Er is gelukkig op enkele universiteiten wel aandacht voor het specialisme ouderengeneeskunde, vroeger ook bekend als verpleeghuisgeneeskunde. Zo ken ik medestudenten die door een coschap in het verpleeghuis enthousiast zijn geworden over het vak. 

Er bestaat een heel grote en interessante wereld buiten het ziekenhuis voor toekomstige artsen en zorgverleners. Met deze serie artikelen hopen wij wat meer inzicht te creëren in verschillende extramurale specialismen.   

First up… Ouderengeneeskunde! 

Om dit specialisme te belichten hebben wij Susanne de Man, specialist ouderengeneeskunde in opleiding, een aantal belangrijke vragen gesteld over het vak. 

Hoe kwam je in aanraking met dit specialisme? 

Tijdens mijn studie geneeskunde in het AMC heb ik weinig tot niets gehoord of gezien van de ouderengeneeskunde. Met name de negatieve connotatie aan een vak buiten het ziekenhuis heb ik meegekregen. Tijdens de studie geneeskunde heb ik gewerkt als verzorgende in de thuiszorg en in het verpleeghuis en het leek me vooral héél saai werk. Tijdens mijn coschappen realiseerde ik mij dat een vak in het ziekenhuis niet bij mij paste en heb ik op verschillende plekken gewerkt. Ik heb gewerkt op een psychiatrische afdeling in de gevangenis, in een ontwenningskliniek in de verslavingsgeneeskunde en een blauwe maandag op het consultatiebureau. Toen ik het echt niet meer wist, besloot ik te gaan werken in de ouderengeneeskunde en als dat ook niet beviel te stoppen als arts. Al binnen een maand in het verpleeghuis wist ik: dit is wat ik wil en waar ik gelukkig van ga worden als dokter.

Wat trekt jou medisch inhoudelijk aan dit vak?

De ouderengeneeskunde is ontzettend divers. Je bent zowel specialist als generalist. Er is zowel sprake van chronische als acute zorg. Er zijn protocollen, maar je moet altijd goed kijken of het van toepassing is op een specifieke patiënt. Kwaliteit van leven staat voorop. Dit kan worden bereikt door het curatief behandelen van een aandoening, zoals een pneumonie of UWI, het chronisch monitoren en bijstellen van een behandeling, zoals bij een diabetes mellitus, of door symptoombestrijding. Doordat een deel van de mensen niet meer ingestuurd willen worden naar het ziekenhuis krijg je als arts soms te maken met het behandelen van aandoeningen die normaal gesproken in het ziekenhuis behandeld zouden worden. Dit maakt het werk uitdagend. Je houdt je als arts bezig met makkelijke klachten, zoals een wondje bij de teen, tot zwaardere aspecten, zoals het begeleiden van de stervensfase.

Daarnaast zijn er veel verschillende richtingen binnen de ouderengeneeskunde waar je je in kunt verdiepen en waar je kunt gaan werken. Wil je je voornamelijk bezighouden met somatiek (chronisch somatische afdeling of de geriatrische revalidatie zorg) of trekt de dementiezorg (open of gesloten psychogeriatrie afdeling) je meer? Vind je het mooi om de stervensfase te begeleiden of wil je je met name bezighouden met probleemgedrag bij dementie dan wel psychiatrie? Of kom je graag bij mensen thuis en ga je ambulant werken om diagnostiek te doen en begeleiding te bieden in de thuissituatie of bij een gezondheidscentrum?

Wat waren de andere aspecten waardoor je dit vak wilde doen? (bijvoorbeeld meer tijd/persoonlijker met patiënten, arbeidsomstandigheden) 

Naast het feit dat het vakinhoudelijk uitdagend en interessant is zijn er andere aspecten die mij erg aanspreken aan het vak. Over het algemeen werk je in een team. Je hebt je collega-artsen waarmee je makkelijk kunt overleggen en sparren. Het zorgteam waarmee je nauw samenwerkt en de paramedici, zoals de psycholoog, logopedist, fysiotherapeut, diëtist en geestelijk verzorger. Er zijn vaste momenten voor ‘papieren’ visite, MDO’s en artsenoverleg gedurende de week, maar je hebt geen vaste agenda zoals bij de huisarts waardoor je makkelijker kunt schuiven in je tijdsplanning en de tijd kunt nemen bij een patiënt wanneer dit nodig blijkt te zijn. Het is belangrijk om de hele mens in kaart te brengen (somatisch, psychisch, functioneel, maatschappelijk) om de beste zorg te kunnen bieden, waardoor je dus ook de tijd mag nemen om je patiënt te leren kennen.

Binnen de ouderengeneeskunde is weinig concurrentie, gezien er meer werkplekken zijn dan specialisten. Dit zorgt ervoor dat de sfeer ontspannen en vriendelijk is. Collega’s zijn bereid elkaar te helpen en ondersteunen. Er zijn tegenwoordig veel enthousiaste, ambitieuze jonge dokters in het vak, waardoor het een ‘jonger’ vak is dan voorheen. 

Daarnaast is het vak goed te combineren met een privéleven. De gemiddelde arts in het verpleeghuis is erachter gekomen dat ambitie vooral samenhangt met de liefde en energie die je steekt in je werk en niet met het aantal uren dat je werkt. Het is dus heel normaal om parttime te werken, ook als basisarts.

Wat zijn de nadelen/minder leuke kanten van het werk? 

Doordat het vak ouderengeneeskunde nog altijd niet heel populair en bekend is gaan er minder mensen in opleiding dan dat er opleidingsplekken zijn. Daarnaast vergrijst de bevolking. Het aantal patiënten neemt dus meer toe dan het aantal specialisten ouderengeneeskunde. Het voordeel is dat je altijd verzekerd bent van werk. Het nadeel is dat de werkdruk soms hoog kan zijn. Dit verschilt echter per organisatie.

Wat voor ‘soort arts’ past goed bij dit specialisme?

Als arts moet je geïnteresseerd zijn in mensen. Je moet voldoende geduld hebben om mee te kunnen gaan op het tempo van je patiënt in gesprek en bij lichamelijk onderzoek. Je moet communicatie een leuk onderdeel van je werk vinden. Immers communiceer je met collega’s, familie en patiënten, ieder op zijn eigen niveau. Er zijn ouderen die nog behoorlijk pittig en bij de tijd zijn, maar ook ouderen met een cognitieve stoornis, een taalstoornis of een verwardheid door bijvoorbeeld een delier. Dementie komt uiteraard veel voor op oudere leeftijd dus binnen elke richting zal je hiermee te maken krijgen.

Het werk is uitdagend en geregeld ben je hard aan het werk, maar er zit minder tijdsdruk achter de verschillende casuïstiek. Zo kun je bij probleemgedrag bij dementie weken tot maanden bezig zijn voordat je resultaat boekt. Dat moet je leuk vinden.

Wat is goed om verder te weten aan praktische informatie:

Je werkt in principe van 8:30 uur – 17:00 uur, waarbij overwerken wel voorkomt, maar niet de standaard is. Daarnaast heb je over het algemeen bereikbaarheidsdienst. Als basisarts doe je dit met een specialist ouderengeneeskunde als achterwacht. Het verschilt per organisatie hoe vaak je bereikbaarheidsdienst hebt en of dat alleen in de avonden en het weekend overdag is of ook de nachten, maar gemiddeld heb je maximaal 3 avond(-nacht)diensten en één weekenddienst (meestal overdag of de nacht) per maand. Dit is echter goed te doen naast de gewone werkweek.

Omdat je bij de meeste organisaties bereikbaarheidsdienst hebt over verschillende huizen heb je een rijbewijs en bij de meeste organisaties ook een auto nodig. Sommige organisaties bieden echter de mogelijkheid tot het lenen van een auto of declareren van taxikosten.

Een specialist ouderengeneeskunde valt niet onder de artsen die het allerbeste verdienen, maar dit wordt steeds beter en je hebt zeker een goed inkomen om heel fijn van te leven. Daarnaast zul je als basisarts in het verpleeghuis t.o.v. een basisarts in het ziekenhuis per uur een stuk meer verdienen, gezien er lang niet zoveel sprake is van onbetaalde overuren.

De opleiding heeft dezelfde structuur als die van de huisartsopleiding. Wanneer je ervaring hebt in de ouderengeneeskunde en passie hebt voor het vak, kom je over het algemeen zonder veel problemen de opleiding in.

Advies voor de basisarts die start met werken (in het verpleeghuis)

Bij sommige organisaties is de mogelijkheid voor supervisie wat beperkt doordat er te weinig artsen zijn t.o.v. het aantal patiënten. Zorg ervoor dat de supervisie gedurende de week zo goed mogelijk gewaarborgd is. Niet alleen telefonisch, maar ook op locatie zelf. Wanneer je je niet comfortabel voelt bij de verantwoordelijkheid die je krijgt, denk dan niet ‘Ik zal dit wel moeten kunnen, anders zouden ze me het niet laten doen’ maar geef aan dat je meer begeleiding nodig hebt. Ik heb in het verleden meerdere malen voor moeilijke situaties gestaan waarbij ik te weinig supervisie heb gekregen. Achteraf gezien had ik veel meer ondersteuning moeten krijgen en besef ik me dat ik een basisarts nu nooit een dergelijke situaties alleen zou laten afhandelen. 

Informatie over de specialisatie tot specialist ouderengeneeskunde

Opleidingsduur: 3 jaar, deeltijd mogelijk

Opleidingsplaatsen: 168 per jaar

Loon: 4100-6200 bruto per maand (bron: bkv jobs

Websites over specialisatie:

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.