Farmafact
Arts-assistent,  Bachelor,  Master,  Praktische tips,  Studie(fase),  Theresia

Farmafact: handvaten voor farmacotherapie

Leestijd: 5 minuten

Farmacotherapie. Het is zo belangrijk binnen de geneeskunde. Maar het is zoveel, soms zo onduidelijk en het komt nog bovenop alle andere stof die je ook moet leren. Omeprazol, metoprolol, miconazol… de namen lijken zo op elkaar, maar helaas gaat die miconazol dat zuurbranden toch echt niet oplossen en met een beetje pech heb je zelfs een flinke interactie te pakken tussen medicijnen. 

Als apothekers, die via de zij-instroom geneeskunde zijn gaan studeren aan het LUMC, hebben we gemerkt dat veel geneeskundestudenten erg opzien tegen het bestuderen van farmacotherapie en dit vaak achterwege laten. Dit is zonde, omdat elke arts met medicatie gaat werken. Met onze kennis willen we jullie helpen met de farmacotherapie! 

Het liefst zouden wij jullie met dit artikel de ultieme gids “how to farmacotherapie?” willen geven. Echter, die hebben we niet, maar bij deze beloven we jullie dat we bij jullie terugkomen wanneer we die wel geschreven hebben. Wat wij jullie wel willen en kunnen bieden, zijn handvaten en een boost in het zelfvertrouwen.

Indeling van de farmacotherapie

Feitelijk kun je de farmacotherapie het beste indelen in twee grote thema’s die je als geneeskunde student leert: fysiologie en pathofysiologie. Je hebt de normale situatie, er is iets mis met die situatie en je probeert dit weer te herstellen naar normaal. Zo heb je bijvoorbeeld de maag die zuur produceert om de vertering van voedsel in gang te zetten. Door een probleem produceert diezelfde maag te veel zuur of stijgt dit zuur naar de slokdarm waar klachten uit voort komen. Als je weet waar de klacht vandaan komt, weet je ook wat je ertegen zou kunnen doen. In dit voorbeeld kan het probleem opgelost worden met een antacidum wat het zuur zelf neutraliseert, of een H2-antagonist of protonpompremmer, welke de afgifte van zuur remmen.

Werking van geneesmiddel

Het is ook de werking van het geneesmiddel die veel van de bijwerkingen al kan verklaren. Weet je hoe het geneesmiddel werkt? Dan kun je vaak aan de hand daarvan al veel voorkomende bijwerkingen verklaren. Neem bijvoorbeeld salbutamol, een B2-sympaticomimeticum, welke gegeven wordt als bronchodilatator bij astma. De naam zegt het al: het stimuleert het sympathisch zenuwstelsel door stimulatie van de B-receptoren. Deze B-receptoren bevinden zich ook op het hart. Doorgaans willen we deze receptor juist blokkeren met een B-blokker bij tachycardie. Gezien hun sympathische oorsprong zorgt stimulatie van deze receptor door salbutamol juist voor een verhoging van de hartslag. En zie daar de bijwerking van salbutamol: hartkloppingen. Deze komen met name voor als de mond na inhalatie niet goed gespoeld wordt, of bij hoge doseringen salbutamol. 

Belang van “stampen” en verschil in stof- en merknamen

Helaas is het een illusie om te denken dat farmacotherapie leren mogelijk is zonder het stampen van rijtjes. Dat kunnen we helaas niet leuker of makkelijker maken dan het is. Het is nu eenmaal noodzakelijk om te weten welke geneesmiddelen tot welke geneesmiddelgroepen behoren. Wel is het prettig dat de farmaceuten bij de naamgeving vaak repetitie gebruiken. Denk hierbij aan de bètablokkers welke eindigen op –prolol, de ACE-remmers eindigend op –pril of hun tegenhanger: de angiotensine 2-antagonist, eindigend op –artan.

Wat het ook niet altijd makkelijk maakt is het gebruik van merknamen, hierdoor moet je de stofnaam én de merknaam leren… En dubbel werk, daar houden we niet zo van. Als een fabrikant een nieuw medicijn ontwikkelt, heeft deze de eerste tien jaar een patent op dit middel om de kosten terug te verdienen. Echter, op de dag dat die tien jaar verstreken zijn, verschijnen er generieke (merkloze, en vele malen goedkopere) varianten op de markt. Op dat moment is de merknaam dus niet relevant meer en wordt doorgaans de stofnaam gebruikt. Zo zijn er nog maar weinig patiënten die de ‘echte’ Viagra gebruiken. Patiënten moeten dit zelf betalen, dus kiezen ze vrijwel altijd voor het net zo effectieve merkloze geneesmiddel. Toch merken we dat, ondanks dat de patenten al lang geleden verlopen zijn, bepaalde merken als Augmentin, Lasix en Ascal er bij de meeste artsen nog steeds in zitten… weet jij over welke stofnamen we het dan hebben?* 

Een ding scheelt, je studeert geneeskunde, dus de brains heb je zeker. Hopelijk kunnen wij je met onze tips verder helpen en laten zien dat farmacotherapie minder lastig is dan soms gedacht wordt. 

*Augmentin = amoxicilline/clavulaanzuur; Lasix = furosemide; Ascal = carbasalaatcalcium en niet acetylsalicylzuur, al wordt dit wel vaak bedoeld met Ascal.

Tips & tricks

Voor het studeren van farmacologie hebben wij enkele tips voor jullie op een rij gezet:

1. Maak gebruik van de (patho)fysiologische kennis die je al paraat hebt.

2. Af en toe zal je een rijtje moeten stampen, maar maak het jezelf makkelijk en zoek naar handigheidjes.

3. Doe geen dubbel werk en gebruik geen merknamen! 

4. Het kopje “Eigenschappen” op farmacotherapeutischkompas.nl geeft een mooie uitleg van de werking van het medicament waarbij ook dingen als de tijd tot werking en werkingsduur aan bod komen.

5. Volg Farmafact op Instagram!

Wij hebben de Instagrampagina Farmafact opgericht waar we elke doordeweekse dag een feitje over medicatie plaatsen. Dit gaat van handige tips voor de toediening tot werkingsmechanismen en interessante interacties.

Wij willen op een laagdrempelige manier wat bijdragen aan jullie kennis van de farmacotherapie en wij willen laten zien dat geneesmiddelen helemaal niet zo eng zijn. Daarmee hopen we jullie beetje bij beetje te kunnen helpen tijdens de studie geneeskunde!

Scan de QR code om op de Instagram pagina van Farmafact te belanden.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.