Overdragen 101
Master,  Praktische tips,  Slider,  Studie(fase),  Theresia

Overdragen 101

Leestijd: 6 minuten

Disclaimer: dit artikel is bedoeld als hulpmiddel bij het overdragen en is niet bedoeld als norm of leidraad; ga lokaal na hoe verwacht wordt over te dragen.

Daar zit je dan op je coschap, wellicht wel je eerste van een heleboel coschappen, in het ziekenhuis. Het is het moment van de middag overdracht. Een arts-assistent zegt plots: “Wil jij die nieuwe patiënt overdragen?”, en de spanning bekruipt je: want hoe doe je nou een goede overdracht? 

RSVP/SBAR

De meeste ziekenhuizen gebruiken een bepaalde methodiek voor het overdragen, zoals RSVP of SBAR. Zelf gebruik ik de RSVP (Reason, Story, Vital Signs en Plan), maar je hebt ook de SBAR (Situation, Background, Assessment en Recommendation). Deze methoden geven structuur aan de overdracht, zodat de meeste overdrachten er ongeveer als volgt uit komen te zien: 

R: “Ik wil graag patiënt X overdragen, een man/vrouw van XX jaar. Deze patiënt is opgenomen met: (…). (Optioneel: ik draag deze patiënt over, omdat…)

S: In de voorgeschiedenis heeft deze patiënt: (relevante voorgeschiedenis voor deze opname). De patiënt presenteerde zich gisteren op de (spoedeisende hulp/polikliniek) met de volgende klachten: (…)

V: In het lichamelijk onderzoek bleek patiënt (…). In het lab zagen we (…). Verder is er een CT/MRI/X-thorax gemaakt waarop (…) gezien werd. 

P: Wegens de (…) zijn we het volgende gestart: (wat al gedaan is), vanavond/morgen moet nog het volgende gebeuren: (…)

Dit is vaak hoe een overdracht opgebouwd is, waarbij we je graag de volgende tips nog willen meegeven om je overdracht zo volledig mogelijk te maken. 

In het algemeen is het van belang dat degene die de overdracht ontvangen, moeten snappen wat de problemen zijn en wat het beleid is. Het verhaal moet logisch in elkaar overlopen. Daarbij is het dus handig dat je je overwegingen duidelijk uitlegt. Hieronder staat een voorbeeld overdracht bij een patiënt met kortademigheid: 

“Patiënt kwam met kortademigheid op de spoed. De kortademigheid bestond sinds enkele weken en is progressief. Gisteren had patiënt ook koorts, daarom is hij naar de SEH gekomen. Alhier zagen we patiënt met saturatie van 87% op kamerlucht, waarop de saturatie naar 94% steeg met 3L zuurstof via neusbril, en een ademfrequentie van 27 per minuut. Geen perifeer oedeem, geen verhoogd CVD en geen gespannen kuiten, ECG was niet afwijkend. Het D-dimeer is laag, CRP was 148. De X-thorax laat infiltratie zien in de linkerlong. We hebben kweken afgenomen en zijn met cefuroxim intraveneus gestart als antibioticum.”

Voor de ontvangende van de overdracht is het duidelijk waarom deze patiënt de werkdiagnose pneumonie heeft en waarom hij/zij behandeld wordt met cefuroxim. Als aanvulling op bovenstaande overdracht kun je ook de AMBU-65 of de PSI-score benoemen, dit geeft in deze casus extra informatie over de ernst van de pneumonie. 

Reason 

Bij het onderdeel reason kun je toevoegen wat de reden is dat je deze patiënt overdraagt, bijvoorbeeld: “Ik draag deze patiënt over, omdat er vanavond nog naar de glucoses gekeken moet worden”. Daarna ga je verder met je overdracht, maar dan is het voor de ontvanger, in dit geval de avonddienst, meteen duidelijk wat ze moeten doen en helpt het ook met vragen te stellen in de rest van het verhaal. 

Story

  • Soms heeft iemand een heel lange voorgeschiedenis, zeker als je in de academie je coschap loopt. Het is dan de kunst om niet de gehele voorgeschiedenis te noemen, maar enkel de voorgeschiedenis die gedurende deze opname het beleid van je patiënt kan veranderen of waar extra aandacht voor moet zijn. Zo zijn chronische aandoeningen, zoals diabetes mellitus, COPD en hartfalen, van belang. Verder kijk je naar de voorgeschiedenis die van belang is voor het vakgebied waar deze patiënt voor opgenomen is, zoals een patiënt op de afdeling chirurgie met atherosclerose van de grote vaten, of eerder doorgemaakte infecties (specifiek verwekkers) of oncologische voorgeschiedenis waarvoor die patiënt een specifieke chemokuur krijgt. 
  • De reden waarom patiënt naar de SEH kwam en wat de patiënt in de anamnese vertelde is belangrijk om te noemen. Bijvoorbeeld; “met sinds enkele weken een vage buikpijn in de onderbuik met daarbij ook braken. Patiënt heeft geen diarree en heeft zelf geen melena opgemerkt, alhier bij rectaal toucher was er ook geen sprake van melena”.

Vital signs/Aanvullend onderzoek

  • Begin bij de ABCDE, want dat geeft meteen inzicht in hoe acuut de situatie is en/of hoe ziek de patiënt is. Je hoeft dit niet heel uitgebreid te doen, “patiënt is ABC(DE) stabiel” kan al voldoende zijn, maar er kan ook gaande zijn dat de ademweg van een patiënt open is, maar patiënt instabiel is in de “B”.
  • Hierna kun je nog wat uitgebreider op specifieke dingen van het lichamelijk onderzoek ingaan. Noem dat wat afwijkend is, maar ook dat wat niet afwijkend was en waardoor de differentiaal diagnose is veranderd (bijv. patiënt had geen “geprikkelde buik” bij een patiënt met buikpijn). 
  • Net zoals bij het vorige punt gaat het om zowel afwijkende waardes als waardes die bepaalde diagnoses in je differentiaal diagnose uitsluiten. Bijvoorbeeld bij een patiënt met kortademigheid; “patiënt had een hyponatriëmie van 125, geduid bij thiazidegebruik/SIADH, en CRP en D-dimeer waren niet afwijkend”. Het lab kan dus iets afwijkends laten zien wat niet bij de hoofdklacht van de patiënt hoort, maar waar je wel wat mee moet. 

Plan

Bij het plan zeg je, bijvoorbeeld, wat er per probleem bij de patiënt gedaan is. Als voorbeeld: een patiënt kan bij een lage saturatie 2 liter zuurstof via de neusbril (altijd benoemen of er neusbril/oxymask/non-rebreathing mask gegeven is, zo kan je de ernst van de situatie van de patiënt aangeven) gekregen hebben, waarbij de saturatie stabiel bleef op 94%. Bij het plan zeg je daarnaast ook wat het beleid is voor de komende tijd/dagen, zoals: “Morgen volgt een MRI-cerebrum” of “we hebben de chirurgie in consult gevraagd, die komen morgen langs, graag in de ochtend nabellen”. 

Praktische tips

  • Schrijf vooraf op een briefje een samenvatting van de patiënt via één van de eerder genoemde structuren. Je hoeft namelijk zeker niet alles uit je hoofd te vertellen en zo heb je een houvast. 
  • Als je onzeker bent over het overdragen, vraag dan een arts-assistent of hij of zij het een keer met je wil oefenen. Zo kunnen zij al wat tips geven voordat je de patiënt aan een hele zaal overdraagt. 
  • Het lijkt nu alsof je per patiënt een heleboel informatie moet geven, maar een overdracht van een patiënt hoeft (en beter gezegd: moet!) zeker niet te lang duren. Een overdracht wordt niet beter als je álle informatie geeft; geef dus vooral de informatie die van belang is voor degene aan wie je overdraagt (weekenddienst, avonddienst, etc.). 

Succes met overdragen! Heb je zelf nog een tip die je hier niet hebt zien staan, laat het ons dan vooral weten!

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *